terug naar artikelen

ECHT & TROUW

Trouw in onze authenticiteitscultuur

Otto de Bruijne
© 2005

I

Echt tegenover trouw?

Wees vooral trouw aan jezelf! Wordt wie je bent…zoek, vind en realiseer je oorspronkelijke bestemming. Dat zijn herkenbare motto’s.
Echt zijn, authentiek zijn, is eén van de hoogste waarden in onze moderne samenleving, die dan ook de ‘authenticiteitscultuur’ genoemd wordt.

Echtheid of authenticiteit als kernwaarde van de moderne Westerse samenleving is een groot goed. Veroverd door grote geesten, betaald met bloed: ontdekkers riskeerden de doodstraf of verbanning als hun ontdekking de gevestigde leer van de Kerk ter discussie stelde; Geuzen gaven hun leven voor vrijheid en democratische idealen; oprechte radikalen en ketters vonden hun einde op de brandstapels. Onze Westerse geschiedenis zou je kunnen lezen als een grote strijd om het recht van ieder individu om eigen keuzen te kunnen en mogen maken. Maar in die strijd zijn miljoenen ten onder gegaan in het tegenovergestelde van die individuele vrijheid: de onderdrukking van allerlei dictatoriale systemen en ideologieën: imperialisme, kolonialisme, communisme en nationaal-socialisme etc.
Nergens is het individu zo gedegradeerd tot ‘ideologisch materiaal’ als in Europa, maar ook nergens is de vrijheid van het individu zo bevochten en gewonnen.
Juist in reactie op de moordende ideologische systemen is het credo van authenticiteit en individualiteit na de Tweede Wereldoorlog alleen maar gegroeid. Dit ( fascisme) nooit meer!
Het gevolg is een diepgaand wantrouwen tegen gezag en autoriteit, macht en manipulatie. De Grote Verhalen bleken voor velen een altaar waarop hun mens-zijn geofferd werd. Dat nooit meer.
De roep om authenticiteit, gaat in onze cultuur samen met het afscheid van de Grote Verhalen, en het diep gewortelde wantrouwen tegenover macht. Niet de grote verhalen zelf, maar de macht die daar door kerk en staat aan werd toegeschreven en afgedwongen hebben diepe trauma’s veroorzaakt.
Zo komt authenticiteit steeds meer in het teken te staan van ironie en autonomie.
Niets en niemand is heilig, en iedereen maakt zelf de dienst uit.

Het gevolg is dat een belofte tot trouw enigszins gezwollen overkomt. Je hoort het de familie en vrienden denken in het gemeentehuis of in de kerk als bruidegom en bruid elkaar het ‘ja-woord’ geven. ‘Dat zeg je nou wel…maar je weet even goed als ieder ander dat een op de drie huwelijke strandt in echtscheiding. We zullen wel zien…’ironie als levensgevoel van het post-modernisme.
En inderdaad, de individuele autonomie blijkt helaas niet zelden boven dat ja-woord gesteld te worden: ze gaan uit elkaar, overigens in alle vrede, omdat beiden toch duidelijk het gevoel hadden dat ze binnen het huwelijk niet langer trouw waren aan zichzelf…huwelijkstrouw als vijand van zelf-trouw.
Daarmee wordt het eens gesproken ja-woord niet bindend geacht, en dus lager geacht, dan het ideaal van zelfverwerkelijking.
De eigen-wettelijkheid, zelfbepaling, is daarmee de motor voor authenticiteit.
Het gaat hier niet om een paar uitzonderingen, maar om een regel: de psycholoog en allerhande andere therapeuten benaderen relatie-problemen meestal vanuit het individuele zelfverwerkelijkings ideaal, en komen al snel met de suggestie dat iedere vorm van ‘’trouw om een eens gesproken ja-woord’’ gerelativeerd moet worden. ‘Neem eens afstand, denk ook eens aan jezelf, je leeft maar een keer, en het gaat er wel om dat jij tot je bestemming komt.’klinkt het vaderlijk. Inmiddels eindigt een-derde tot twee-vijfde van de huwelijken in echtscheiding en klinkt het wat onaangepast om te zeggen dat je al vijf-en-dertig-jaar met een vrouw getrouwd bent.
En zo is een van de kernwaarden van onze samenleving ook de grootste bedreiging van het samen leven, de samenleving.
Trouw aan jezelf als legitimatie voor ontrouw aan de ander. Het beste grafschrift lijkt te worden: ‘Hij / zij was trouw aan zichzelf’, wat hij verder met anderen uitspookte lijkt op het tweede plan te staan.

Om die pijn te vermijden stellen we de grote beloftes uit. Deze zogenaamde Bindingsangst is volkomen begrijpelijk.
Met de Grote Verhalen (God) stierven ook de Grote Beloftes (Ja-woord) en daarmee levenslange commitments als huwelijk, zorg voor ouders of kinderen, gezinsleven, en verder in de samenleving het werk, de publieke opdracht etc.
Het persoonlijke verhaal is de vlag die op ieder scheepje wappert, en dat kleine eigen verhaal wordt tot waarheid verklaard omdat het individueel als echt ervaren wordt. Het is een ‘ ervaringswaarheid’, die alleen voor de enkeling geldt.
Mijn privé-story eist respect en tolerantie, twee ondersteunende kernwaarden onmiddellijk verbonden met authenticiteit.
Relaties worden instrumenteel. Dat wil zeggen: middel tot zelf-realisatie.
Laat het duidelijk zijn: authenticiteit, het jezelf mogen zijn en het optimaal realiseren van je verlangens en bestemming, is en blijft eén van de centrale kernwaarden van onze samenleving. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ligt in het verlengde van dit streven. De rechtsgelijkheid van alle burgers, het verbod op discriminatie, het zijn allemaal centrale verworvenheden van onze maatschappij die beschermd en voortdurend bevochten moeten worden. Maar wat is de kwaliteit van authenticiteit?
Wat bedoelen we eigenlijk?
Kun je authenticiteit normeren: goed, beter,best? Is er een soort authenticiteit die beneden de maat is?
Taylor wijst op een authenticiteit die alleen in dialoog, in samenspraak, ontstaat. Onderdeel van mijn zelfrealisatie is dat ik erken op de schouders van mijn ouders te staan, verbonden te zijn met anderen. Juist in mijn relaties wordt ik echt. En mijn zelf-definitie, dat is de manier waarop ik mijzelf waardeer, is hoogst afhankelijk van al die anderen om mij heen. Mijn betekenis-horizon
(Taylor), dat is mijn gezichtsveld waaruit ik mijn zingeving samenstel, heeft alles te maken met de samenleving waarin ik sta. Een autonoom authentiek mens is dus met al zijn vezels verbonden met de ander, de samenleving en zijn geschiedenis. De kwaliteit van onze authenticiteit heeft alles te maken met het erkennen en vruchtbaar maken van deze dialoog en deze betekenishorizon, aldus Taylor.


II

Echt door trouw.

De grote existentie-filosoof Jean Paul Sartre heeft gezegd: Alleen God bestaat (existe), de rest is fictie.’ Een uitspraak uit onverdachte hoek, want het existentialisme staat niet bekend om haar traditioneel christelijk denken.
God IS. Wellicht bedoelde Sartre dat alles wat er aan ‘zijn’ bestaat, God is, en dat al het andere daarvan afgeleid is. Het oer-zijn, of de zijns-grond van de werkelijkheid. God openbaart zich aan Mozes als de ‘Ik ben die Ik ben.’
Je kunt dat wat filosofisch opvatten: God als de oer-grond-van-al-het-bestaan…maar wat er vooral in zit is Gods betrouwbaarheid, zijn integriteit.
God kent geen verborgen agenda’s, leugen, holte. Integer betekent immers: uit een stuk. Het Shema,‘Hoor Israël, de Heer is Een’ (Deut 6:4) klinkt daarin door.
Zoals Ik ben, zo zal Ik zijn. Ik doe wat Ik beloof. Deze Naam is ook vertaald met: ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal’, hoopgevend dus. Als Ik jou, Mozes, naar Egypte stuur om het volk Israël te bevrijden, zal Ik mij betrouwbaar tonen. Ik laat je niet in de steek. We gaan het samen doen.
De Naam van God is verbonden aan zijn beloftes, zijn verbond met Abraham Isaäc en Jacob.

En daarmee betreden we onmiddellijk het wezen van Gods authenticiteit. Hij IS in Zijn verbond met ons. Dat stond ooit op de rand van onze oude gulden. God met ons. Het is de naam van de Messias, Immanuël.
God is getrouw. Hij heeft zich onvoorwaardelijk aan ons verbonden. Hij heeft zijn zelf-realisatie verbonden met ons mensen.
Zij zelf-definitie klinkt tot Mozes op de berg Sinaï zo:
HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden en ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan de kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht (Ex.34:6,7)

God beschrijft zichzelf in termen van onvoorwaardelijke en allesgevende trouw aan ons!
Zijn authenticiteit, zijn echt zijn, realiseert zich in zijn relatie met ons, mensen. En daarmee introduceert hij ook het begrip recht. Echt is recht. Onecht is onrecht. Gods trouw aan ons gaat door dik en dun, en daarom is zij integer, echt.
Hij wil zich daaraan houden en Hij daagt ons uit Hem daaraan te houden.

Een prachtige illustratie is het gedeelte over Mosje op de berg Sinaï, waaruit we de tekst gelezen hebben over zijn ontmoeting met de Allerhoogste. Toen Mozes op de berg Horeb tegenover de Eeuwige stond, stond hij Hem letterlijk in de weg. Hij herinnerde God aan zijn beloftes en stond niet toe dat God het volk zou vernietigen of verlaten.
‘HERE denk aan Abraham, Isaäc en Israël, uw dienaren, aan wie Gij gezworen hebt bij Uzelf…(Ex.32:13
En:
‘Indien Gij zelf niet met ons medegaat, doe ons van hier niet optrekken…(Ex 33:15).
En vervolgens openbaart God zich aan Mozes als: barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw…(Ex 34:6)
Je kunt Hem aan zijn woord houden!
Het brutaal eerbiedig worstelen met God is de kern van het joodse geloof: de geloofsvader Jacob worstelde met de Engel aan de Jabbok en liet hem niet los, tenzij hij hem zou zegenen. En de Engel geeft toe: je hebt gewonnen!(Gen.32)
Gods authenticiteit wil authenticiteit in relatie oproepen.
Niet een lawine van antwoorden uit de hemel, maar een oprechte, echte en rechte, ontmoeting tussen Schepper en mens.
De mens die zich vertopt voor die relatie, Adam en Eva, verliezen hun echtheid en rechtheid. Het is juist in het gevonden willen worden, in het komen voor het aangezicht van de Allerhoogste, dat wij weer een gezicht, identiteit en echtheid, krijgen.

God heeft een gezicht gekregen in Jezus van Nazareth, toen Hij voor Pilatus stond en de woorden ‘Ecce Homo’, zie de mens, klonken. God heeft in zijn worsteling om zichzelf trouw te blijven, in echtheid en rechtheid, alle consequenties aanvaard.
Hij heeft zichzelf schijnbaar verloren aan het kruis van Golgotha, maar in de opstanding eeuwig zijn authenticiteit gewonnen. Hij knielt voor ons neer, wast onze voeten en vraagt: Wat mag Ik voor je doen. God heeft zichzelf aan ons verloren, om onze authenticiteit terug te winnen.
In Jezus Christus, Zijn Zoon, Zichzelf, heeft God ons zo lief gehad, dat Hij zichzelf gaf opdat iedereen, die zich aan Hem toevertrouwt altijd bij Hem zal zijn…. (Joh 3:16)
Hij heeft echtheid verbonden met rechtheid. Dat is Gods karakter.
Hij blijkt de bron van authenticiteit en integriteit.
Hij realiseert zichzelf in zijn verbond met ons!
Wij, mensen, zijn Zijn project, zijn eer, zijn ZELF!

III

Echtheid als vrucht


Zoeken naar authenticiteit voor het aangezicht van God opent de weg tot humor. Godfried Bomans heeft eens gezegd: ‘De grootste zonde die wij kunnen begaan is niet meer om onszelf te kunnen lachen.’
Het Westers authenticiteits-project is loodzwaar en obsessief.
Authenticiteit hebben wij zozeer gekoppeld aan autonomie, aan zelfverantwoordelijke zelfbepaling, dat wij de last niet kunnen dragen.
De enige weg is verlaging van onze criteria: authenticiteit zakt weg in ego-tripperij, de ego-cultuur van het consumentisme.
Relaties worden functioneel en instrumenteel, het overblijvend visioen voor de toekomst is het Zwitser-leven-gevoel.
Maar goddelijke humor relativeert de obsessieve zoektocht naar onszelf. In Gods licht ontdekken wij het licht over onszelf.
Wij zijn klein, broos, tijdelijk, afhankelijk.
Mijn bestaan staat in verhouding tot anderen, en ik heb anderen nodig.
Ik kan niet leven zonder verband en verbond.
Ik beloof daarom niet alleen trouw aan een ander, maar ik belijd trouw aan een ander. Mijn beloven is meer een erkennen dat ik mijzelf alleen niet kan vinden. Ik ben ook wat jij van mij maakt.
Jezus geeft aan dat wij onszelf alleen maar kunnen vinden door onszelf in Hem te verliezen. In die paradoxale weg van zelfverloochening ontvangen wij onszelf in het juiste perspectief en ontvangen wij authenticiteit als vrucht.
Het lijkt erop dat wie de echtheid als project alleen en eigenmachtig wil realiseren alles verliest; terwijl degene die zich, door overgave aan de eeuwig trouwe God, wil geven aan de uitdaging van de ander, de echtheid toegeworpen krijgt. De spreuk: ‘God geeft het de rechtvaardige in de slaap’, zegt zoveel als: zoekt eerst het Koninkrijk van God en al het andere zal u toegeworpen worden. Inclusief echtheid. Het Koninkrijk Gods heeft alles te maken met de rechte verghouding tot de koning. Recht dus.
In het perspectief van zelf-realisering is de kruisdood van Jezus een eerste stap: ik wordt mijzelf, omdat Hij mij terugwon uit mijn schuilplaats. Omdat recht gedaan is, kan ik weer echt gaan.

IV

Trouw in actie

Gods trouw is geen onbeweeglijk, massief dogma met moralistisch keurslijf over hoe je moet geloven. Het gaat niet over oude Grote Verhalen. De zes-en-zestig boeken van de Bijbel kennen die benadering niet. Gods trouw is geen uit het hoofd geleerd credo, maar een belevingswerkelijkheid, die je alleen gaandeweg ontdekt.
Allereerst: God roept niet iets uit de hemel, en wacht dan af of er nog een reactie komt.
Nee, Hij verbindt zich aan een enkele mens, met een naam, in een specifieke historische situatie. In die situatie handelt Hij binnen de grote verlangens van die mens.
Voorbeeld: Abraham, de vader van alle gelovigen. God zoekt hem op, belooft hem een zoon en een hoop succes. God wandelt met hem mee, ook als hij er in Egypte een potje van maakt. Dat laatste is trouwens kenmerkend voor alle Bijbelverhalen: er is er niet een die feilloos is, en God gaat met allemaal op weg. Niet met ‘’de mensheid’’, maar met ieder mens apart. Van het kleine verhaal, de prive-story naar een andere prive-story. Vandaaruit loopt Hij mee naar de grote cirkels van volk en alle volken. Hij begint klein, en loopt via alle kleine verhalen, naar het grote, alles omvattende verhaal: de toekomst van de hele schepping.
Daarmee is de Bijbel niet ‘’modernistisch’(Grote Verhalen), ook niet post-modernistisch (Het einde van de Grote Verhalen) maar non-moder of a-modern. God is God in context. Gaandeweg ontdekken wij, vanuit de situatie waarin wij ons vandaag bevinden, wat Zijn trouw betekent.
Ten tweede: Hij verandert mee met ons. Zijn trouw is veranderbaar. Hij heeft een voorbeeld gesteld ( Adam en Eva als eerste paar) maar beweegt met mensen mee als de norm verstikt. Hoewel het zijn oorspronkelijke scheppingsideaal niet is, voorziet Hij normen voor een polygaam huwelijk. Hoewel Hij eigenlijk geen koning voor het volk wil aanstellen, gaat Hij toch koningen zalven als het volk geen andere weg ziet dan de monarchie. Binnen de gegeven situatie van crisis en misvorming, trekt Hij zich niet terug maar sluit een heilig compromis om ons toekomst te geven. Waar zijn wet voor ons onhoudbaar is, voorziet Hij in een uitweg, om ons terug te voeren tot de oorspronkelijke bedoeling.
God is Veranderbare Trouw (Berkhof), Hij wandelt mee. Hij maakt zich niet los van ons, maar blijft zoeken. Hij zocht Adam en Eva en vroeg: Mens waar ben je?
Die roep klinkt niet van grote afstand, maar vlakbij. In Jezus kwam Hij onder ons, en vertelde ons het prachtige verhaal van de verloren zoon die in een ver land vergeefs naar eten zocht, terwijl de Vader op hem wachtte. God dichtbij roepend, God ver weg wachtend.
God fluistert Zijn verhaal in mijn kleine verhaal.
Tenslotte: God staat garant voor de toekomst. Hij zal het niet toelaten dat wij struikelen, dat wil zeggen: aan Hem zal dat niet liggen.
De ‘Ik ben’ is getrouw en zal niet gedogen dat wij boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking, ook voor de uitkomst zorgen. (I Cor 10: 1,13)
Bij het woord verzoeking zouden we aan van alles kunnen denken: moeite, strijd, tegenslag. Maar in het verband met onze zoektocht naar echtheid en trouw, zou ik de grootste verzoeking willen omschrijven als: De verzoeking om de echtheid tegenover trouw te stellen, of, om je partner uitsluitend te zien als nuttig voor jouw zelfrealisatie. De Joodse filosoof Emanuel Levinas heeft de grootste zonde omschreven als: ‘Je los te maken van de relatie met de Ander door over de doelstellingen van die relatie na te denken.’ Dat is een andere manier om te zeggen dat de relatie alleen jouw doelen dienen moet. De ander als middel, als instrument.
Dan breek je de gemeenschap, en wordt de ander en de grote Ander, God, gereduceerd tot object, een ding.
In de verdinging sterft onze identiteit, subject te zijn: mens onder Gods liefde.
Trouw zijn is insluitend. Je bent ‘authentiek subject’. En God die trouw houdt, is daarbij de bron die insluit, nooit uitsluit.

De kracht en uitkomst die van God komt, doet je telkens uitzien naar Zijn trouw, Zijn uitkomst, Zijn kracht…en Zijn voorbeeld: Namelijk dat Hij zichzelf waarmaakt door onvoorwaardelijk trouw te zijn aan ons.

Otto de Bruijne,
Augustus 2004

Charles Taylor: ‘De malaise van de moderniteit’ Kok Agora/Pelckmans, 1991, ISBN 90 391 0600 2.