Open Dichten

Open
Dichten

Otto de Bruijne

Voor jou dicht ik mijzelf open.

*

Woorden

Aarzelend geschreven
Op de tast gezocht
Naar woorden

Gewogen en mijzelf
Te licht bevonden
Dan toch onrustig gezwegen

Opnieuw gezocht
Woorden van waarde
In stilte gevonden

Ingehouden stameling
Verwondering om alles
Wat wij samen niet weten

*

Samen

(Ik) Voor ik geloofde vroeg ik mij nooit af
waarom God afwezig was…
Daarnà wel. Is dat geloven?

Leven met God is:
Je afvragen waarom Hij afwezig is.
Vragen en roepen,
Hunkeren en smachten,
Dromen en hopen,
Zoeken naar de Eeuwige.

Leven met God is samen met Hem problemen oplossen
die ik zonder Hem nooit gehad zou hebben.
Maar het ‘samen’ wil ik nooit meer kwijt…
Met God.

(God)Voor Ik mensen schiep vroeg Ik mij nooit af
Waarom ze steeds afwezig waren…
Daarna wel. Is dat hopen?

Leven met jou mens:
Mij afvragen waarom jij steeds afwezig bent.
Vragen en roepen,
Hunkeren en smachten,
Dromen en hopen,
Zoeken naar jou, mens.

Het leven zonder de mens, zonder jou
Is samen met jou problemen oplossen
Die Ik zonder jou nooit gehad zou hebben.
Maar het ‘samen’ wil Ik nooit meer kwijt…
Met jou.

*

Kerk in Holland

Wij wisten uitgerekend
In zuiverheid van leer
Wat zondig zijn betekent
Dus waanden wij ons meer

De hele catechismus
En alles over ’t kruis
We wisten hoe het ging dus
Wij voelden ons wel thuis

Wij liepen naar het hemelrijk
Over het smalle pad
Dat kaarsrecht als een afsluitdijk
Tussen het vlees in lag

Zo plat en strak als polders
Zonder een boom of bocht
Maar boven onze zolders
Daar was een God die zocht

Naar een ontmaskerd gezicht
Jezus breek door met uw licht

*

Het Paviljoen

De blinde riep om licht
De dove kon hem dat niet geven
Die las chagrijnig een gedicht
Over ‘muzikaliteit in het leven’

De blinde zong een lied
Vals en stomvervelend lang
De stomme kon gebarend
Geen einde maken aan’t gezang

Verlamd van woede beende
De stomme door het paviljoen
De lamme keek en weende
Dat benen had hij ook zo dolgraag willen doen

God heeft hen toen alle vier genezen
Van hun allerdiepste kwaal
Dat is een ander willen wezen
De ziekte van ons allemaal.

*

Laatste bomen

Van de laatste bomen
maken wij kansels waarop wij preken:
Voorwaar, voorwaar ik zeg u:
Wie dèze aarde niet eert, is De Nieuwe niet weerd!

Zolang de tijd van de aller, allerlaatste boom
nog niet is gekomen, bidden wij:

Eeuwige Boer,
Ploeg onze verlamming om tot moed om de aarde te redden
Zaai liefde in de voren van onze angst
Laat kracht groeien uit onze onmacht
Oogst toekomst voor ons samen.

Amen

*

Durf

Durf stil te zijn
nu hoor je beter dan ooit
die verre, langzaam naderende melodie
van jouw verlangen

Durf te knielen
nu sta je hoger dan ooit
en zie je het landschap van je leven
waarin je deze klanken draagt

Durf omhoog te zien
nu is je hart groter dan ooit
van binnen groeit een kathedraal
waarin je de stem van de Eeuwige ontvangt:

Ik ben Immanuël
altijd wil Ik bij je zijn
Ik dicht mijn eeuwig woord
Op de melodie van jouw verlangen

*

Nu

De dag wijkt voor mijn uitgestrekte hand
ik zie in een beslagen spiegel
mijn vaag bewegen

Tussen gisteren en morgen
geboorte en dood
druppelt de tijd
haar bron en monding blijven verborgen
zwevend in waan van deze dag
blijf ik blind om het nu zien

Hamerslagen slaan dit uur
in mijn bewustzijn
Begin en einde
kruisen elkaar in het uur van Golgotha
en helder staat de dag voor ogen

*

Op het leven!

De dood is denkstof voor het leven
Proost, Gezondheid!

Het leven sterft een zachte dood
Als we de gedachte aan de dood
niet levend houden
Santé, L’chaim!

Het verzwijgen van de dood
Maakt het leven spotgoedkoop
Wij zijn pas in staat te leven
Als wij weten waarvoor wij willen sterven.
Ad fundum!

*

Duur gekregen

Geloof, hoop en liefde…
Roepen om
Werk, volharding en inspanning.

Werk van geloof,
Volharding in hoop,
Inspanning van liefde.

Maar geloven doe ik niet
Hopen is mij vreemd
Liefde kan ik zelf niet maken

Ze zijn mij ten deel gevallen
Als een geschenk uit de hemel
Juist toen ik mìjn werk, volharding
En inspanning staakte.

‘Geloven, hopen en liefhebben’
zijn als kostbare orchideeën
die dagelijks de grootste zorg behoeven.
Alles van echte waarde wordt ons gegeven
en wordt
Als een zuigeling in onze armen gelegd.
Alles in mij wil dit kind
koesteren, verzorgen, dragen en
beschermen.

Dat is het werk van het geloof
De volharding van de hoop
En de inspanning van mijn liefde
Is niets anders dan mijzelf te geven
voor de geschenken van boven.

Ware liefde zoekt naar toewijding,
En toewijding wil zich
Volledig geven.

(I Cor.13:13; I Thess.1:3)

*

Geboorte

De tijd is voorbijgegaan
Maar waar was het begin?
Voordat ik het begreep dat het op was was het op
Een leeg bord
En nu de vaat en alles in de kast.

Bladerend door de herfstige adresboeken,
Namen van vroeger,
Ik ken ze niet meer, met wie ik leefde,
Wie was dat toch?
Zal ik het gezicht van jou vergeten?
Zouden mijn kinderen ooit nog vaag
Mijn gestalte in gedachten kunnen roepen?

De tijd is voorbijgegaan
De straat wordt nu bewoond door anderen en
Verse kinderen zien die straat nu voor het eerst.
Maar die stenen waren van mij!
Het gaatje in die derde tegel rechts na de paal,
dat was mijn knikkergaatje
Waar halen ze het recht vandaan om daar gewoon te lopen?
Ongevoelig voor de ontdekkingsreis die ik daar langgeleden deed.

De tijd ging sneller dan ik dacht.
En wat ik tijd noem is eigenlijk alleen maar leven
Als we het konden zien is er geen tijd,
Alleen maar leven.
Over mijn schouder kijk ik nog eén keer achterom,
Naar die straat, naar moeder aarde,
Naar de dagen die wij tijd noemden,
Die zeventig of tachtig jaar van onze geboorte.

 

*
Het cliché

Het cliché is een klein bekend duiveltje.
Te hol om tegen te vechten.
Onoverwinnelijk leeg, ondragelijk licht:

Onophoudelijk dreunende hamerslagen,
Misselijkmakend slepend deuntje
Allesbeheersende gevangene in mijn hersenpan.

Er is geen gedachte
Waaraan ik mij kan onttrekken
En zodra ik haar in de gaten krijg
Doet zij een ondeugend rondedansje en zingt:
Jaag me maar eens weg als je kunt!
En houdt mij in zijn greep.

Alleen de kracht van een zonnestraal,
een onverwachte ontmoeting,
Alleen de ongevraagde vraag van boven:’Mens,waar ben je?’
Doet het huppelende wezentje verschrompelen.

Dat is de kracht van de ontmoeting,
Het leren en de kunst
De bevrijding door de liefde.
De overweldigende kracht van de Geest
Waarvoor mijn gedachtecirkels wijken.

*

Naast mij

Ik weet precies waar de dwazen zitten:
Naast mij!
De wereld wordt bevolkt door dwazen.
Je moet goed bedenken dat iedereen stapelgek is!
Dat is je enige behoud in het verkeer.

Iedereen is een potentiële zakkenroller,
niemand spreekt de waarheid en
je kunt geen mens vertrouwen.

Ziezo, dan weet je hoe de wereld in elkaar zit.

Wees niet naïef.
Domme mensen bestaan ècht!
Je moet je eens afvragen of je domme mensen kent…
in je omgeving…
Je herkent ze aan hun angst, mateloosheid en roekeloosheid…
ze zijn dichter bij dan je denkt…
heel dicht bij…
Nee, nòg dichter bij…en niet naast je.

*
Gods wil

God doet wat Hij wil
ook door onze vrije wil

Vlucht ik van Hem weg,
dan staat Hij daar op mij te wachten.

Ren ik naar Hem toe,
dan wijkt Hij achter mijn einder.

Maak ik, opgepoetst, mijn opwachting,
harkt Hij in spijkerbroek mijn tuin.

Lig ik nonchalant te wachten op een
briefje uit de hemel,
ontvang ik niets dan mijn eigen echo.

Wie is deze Onzienlijke,
Die zich De Aanwezige laat noemen?
Wie is Hij die altijd bij mij is?

Kan de Eeuwige
mij koesteren in mijn verlangen?
Of blijkt Hij mìj te koesteren in Zijn verlangen?
En bleek dat later mijn verlangen?

Is Hij heimwee naar gisteren?
Is Hij voorwaarts naar morgen geloven,
en zie ik Hem achterwaarts soms slechts even?

Graag had ik Hem
Als trofee aan de muur gehangen
Als medaille op mijn borst
Wapenfeit en Certificaat

Maar boven, buiten, onder en om mij heen
Is Hij die nooit met mij samenvalt
maar altijd mij omsluit.

*
Verlangen
(Kerst-cadeau)

Ik bloosde van opwinding
en stamelde:‘Ik wist niet
dat ik dit heel graag wilde hebben!
Het stond niet eens op mijn verlanglijstje.’

Als ik geweten had dat dìt het is
wat ik eigenlijk wilde
dan had ik al het andere
niet eens opgeschreven…
Maar ik wist het niet…
Of niet meer…

Waarom was ik daar niet opgekomen?
Hoe komt het dat mijn verlanglijstje altijd vol staat
maar nooit mijn diepste verlangen verwoordt?

Is mijn diepste verlangen bang voor vervulling
Omdat zij weet dat dàt haar einde is?
Moet zij de schijn-vervulling zoeken
om haar leven te rekken?
Ben ik daarom doof voor mijn diepste
verlangen en houd ik mij daarom druk met
lange, onechte verlanglijstjes.

Maar nu.
Ik bloos.
Overweldigd door gelukkige ontroering
Koud en warm over de rug
kippenvel van vreugde
Een diepe zucht en ik zie haar:

Zonder vast te houden draagt zij
het Kindeke Gods.
Warm van onschuld
De armpjes omhoog en
Onwennig naar het licht kijkend:
Onze vermeden vervulling,
Ongedacht, onverwacht, onverdiend…
Dit Kindeke draagt òns.

*

Mening van Uitingsvrijheid

Al bezat ik alle assertiviteit die onze tijd vereist…
En kon ik als geen ander mijn grenzen stellen…
Maar had de liefde niet…
Ik zou de gevangene van mijn eigen vrijheid zijn.

Al zouden mijn columns de spijker op de kop slaan…
En zouden mensen mij prijzen om mijn scherpe analyse…
Maar ik had de liefde niet…
Ik was gekluisterd in leugen.

De liefde omsluit ons samen en alleen samen zijn wij vrij.
In de ontmoeting zonder angst en spel van macht
Bloeit waarheid, gezonde spot
en een goede mop.

*

Stilte

Tijdens de nagalm van de laatste
Tonen van het Hallelujakoor
Kwam ik het Godshuis binnen.
Te laat voor het gebeuren zelf.
Maar op tijd om de
ontroering op de gezichten
te kunnen lezen.

De weerkaatsing van hun geluk
Tegen de hemelhoge zuilen
Beweging van duizend kaarsen
Door de adem van het nu zwijgend koor.

Zijn wij na Gods Gouden Eeuw geboren
en nu omringd door oudere getuigen?
Het beste wat ons nu kan overkomen is
stilte om wat was en stilte voor wat komt.
Het nieuwe lied zullen wij alleen bij gratie
van die stilte kunnen horen.

*

Wezens

Ik blijk mij op aarde te bevinden
en verbaas mij over
de levende wezens die op mij lijken

De twee onderstengels voor elkaar plaatsend
De zijstengels meebewegend
De bol met gaten draait naar links en rechts
Twee bovengaten met vleesluikjes
De boegpunt met twee vleugelgaten
Het grote ondergat waar steeds iets ingaat
Gele stengels met geelwitte pap
Een doorzichtige, van onderen gesloten pijp met nat
Alsmaar gaat het naar binnen en
De bol maakt voortdurend geluid in een
Kleine zilveren staaf die in een zijstengel tegen het
Vreemd uitstulpende zijgat van de bol gehouden wordt.
Ik hoor nu het geluid:
‘Hi, waar ben jij nou? Ik ben hier’
hoor ik uit het grote ondergat.

Het leven lijkt zonder bedoeling over hen
Gekomen te zijn.
Wij allen blijken ons hier te bevinden
En roepen door het kleine zilveren staafje:
‘Waar ben jij nou?’
‘Ik?
Ik ben hier…en jij, waar ben jij nou?’
‘Ik?
Ik ben hier…’
OK, Doei!

*

Behoud

Stop je oordeel in een potje
draai de deksel stevig dicht,
En gij zult behouden.

Open het potje,
keer het om…
en gij zult behouden worden.

*
Lijden

Lijden loutert.
Louter om de loutering lijden,
is lijden aan het lijden

Wie niet lijdt
zoeke niet het lijden
maar het dienen
onder hen die lijden.

Wie niet dient
zoeke eerst de Dienaar
die ons diende door zijn lijden

*

Vrede

Twee honden vochten om een been.
Een derde kwam keffend vrede stichten.
Eenparig blaften toen die twee:‘Gaat heen!
Geen tijd voor roze vergezichten!
Van jou lust geen hond brood!
Wij vechten ons nog liever dood!’

Terwijl zij zo eenstemmig spraken
Liet de vredestichter zich tevreden
het losse been goed smaken…
Terwijl de twee genoten van hun broze vrede.

*
Woord en Leven

Gods Woord dicht
de hemel open
Spreekt zonnig licht.
Bloesems ontknopen.

Hemelblauw en wolken.
Bloemen in het lente groen.
Zijn woorden vertolken
zomerzon en lentezoen

Schept het bonte leven,
spreekt niet voor zichzelf.
Het wil alleen maar geven.
Fris gras onder een blauw gewelf.

Eens zo liefdevol gesproken
wijkt zij voor wat zij zelf tot leven bracht.
Laat bloemen, door haarzelf ontloken,
spreken van Gods liefdemacht.

*

Muur

Ik hoorde mijzelf zeggen:
‘Grenzen zijn bedrog!’
Of was dat fluiten in het donker?

Ik had toch nooit gedacht:
Een muur tussen mij en hem en haar,
mijzelf en ’ik’.
Die vreemde man of vrouw,
Ben ik dat nou?
Mijn lichaam een levenshoge muur.
Ik dacht: doodgaan dat komt later wel…
Maar dat was fluiten in het donker.

Onverwacht in en buiten mijzelf: een grens.
Geen bedrog.
Maar is er iets achter de levenshoge muur?
Een tuin, een land, of is het massief beton?

Ik hoorde mijzelf zeggen:

‘De levenshoge muur werd doorbroken
Doordat Hij zijn leven brak
En achter de laatste muur
Zul je de beker met Hem drinken.’

Ik zal fluiten in Gods licht.
*

Einde Tijd

‘Wakker worden’
Riep ik tegen mijzelf
Maar het leven ging door
Dagen buitelden over elkaar heen
Niets kon de tijdstroom tegenhouden
Verlamd werd ik meegevoerd in deze slaap
Waaruit geen mens schijnt te ontwaken

Een levensslaap die ons in onmacht
Ten onder dompelt en het
Leven door ons heen doet glijden
Overmand door het onafwendbare

Slechts in een droom riep ik mijzelf toe
‘Ontwaak, sta op uit het leven en
Laat het moment heersen over de eeuwen
Zon sta stil, laat het geen avond worden.’

Maar zoals de zon bleef rijzen en dalen
Zo sliep mijn ziel in de bedding van de tijd.

Toen, op het midden van de dag,
Kwam de donkerklap en doodde Hij voorgoed de tijd
Met het hoogste woord: ‘Het is volbracht’.

Drie dagen zonder uren, zon en maan,
Tot op de derde dag de gestorven tijd
Voorgoed begraven werd door eeuwigheid:

Altijd heden zonder onmacht:
Een oceaan wakkere liefde
Doordruppelt mijn geest.

*

Wat er ook gebeurt…

Rood, oranje, hagelwit,
hemelsblauw of zwart als git.
Hoe het leven jou ook kleurt,
wat er ook gebeurt:
Ik zal altijd van je blijven houden.

In een dal of op de top,
met succes of met een strop;
Als het stinkt of als het geurt,
wat er ook gebeurt:
Ik zal altijd van je blijven houden.

Welke route jij ook gaat;
Wat je doet of wat je laat.
Voor mij ben jij nooit afgekeurd,
wat er ook gebeurt:
Ik zal altijd van je blijven houden.

Is je lijf sterk en gezond;
wordt het minder of gewond.
Of je kop nu lacht of zeurt,
wat er ook gebeurt:
ik zal altijd van je blijven houden.

l’été, herfst, Winter und, spring;
of welke taal jij ook zingt,
welk seizoen jouw leven kleurt,
wat er ook gebeurt:
Ik zal…
God zal altijd van je blijven houden.

*